ECLI:NL:HR:2001:AD3963
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- R. Herrmann
- H.A.M. Aaftink
- A.G. Pos
- O. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over aansprakelijkheid arts bij onvoldoende informatie voorafgaand aan risicovolle operatie
In deze zaak vordert eiseres schadevergoeding wegens een dwarslaesie die zij opliep na een operatieve ingreep aan haar wervelkolom uitgevoerd door verweerder, een orthopedisch chirurg. Eiseres stelt dat verweerder haar niet voldoende heeft geïnformeerd over de risico's van de behandeling, waardoor zij geen geïnformeerde toestemming kon geven. De rechtbank wees de vordering af, en het hof bekrachtigde dit oordeel na een deskundigenonderzoek.
De Hoge Raad richt zich in cassatie op de vraag of het tekortschieten van verweerder in zijn informatieplicht causaal verband houdt met de schade van eiseres. Hoewel het hof oordeelde dat verweerder tekort is geschoten in zijn informatieplicht, concludeerde het dat eiseres ook bij volledige informatie zou hebben ingestemd met de behandeling, gezien de ernst van haar aandoening en de geringe kans op complicaties.
De Hoge Raad bevestigt dat de informatieplicht van de arts primair dient om de patiënt in staat te stellen een geïnformeerde keuze te maken, niet om de patiënt tegen risico's te beschermen. De Hoge Raad wijst de omkeringsregel af omdat de opgetreden schade (totale dwarslaesie) niet het risico betreft dat door het tekortschieten in de informatieplicht is veroorzaakt. Het beroep van eiseres wordt verworpen en de kosten worden verdeeld.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de vordering van eiseres af wegens ontbreken van causaal verband tussen het tekortschieten in de informatieplicht en de schade.