ECLI:NL:HR:2001:AD3990
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- R. Herrmann
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging recht op koop en levering van goederen volgens notariële akte
De man heeft de vrouw gedagvaard om te verklaren dat hij gedurende zes maanden het recht heeft om krachtens koop in eigendom te verkrijgen alle zaken zoals omschreven in een notariële akte, en om de vrouw te veroordelen tot afgifte van deze zaken, betaling van een boete, verantwoording van beheer over AOW-gelden en vergoeding van erfpachtcanon.
De vrouw heeft deze vorderingen bestreden en een tegenvordering ingesteld. De rechtbank wees de vorderingen van de man en de tegenvordering van de vrouw af. Het hof vernietigde dit vonnis en wees de verklaring voor recht toe, veroordeelde de vrouw tot afgifte van de zaken tegen betaling van de koopprijs, en wees de overige vorderingen af.
De man stelde beroep in cassatie tegen het arrest van het hof, maar de Hoge Raad verwierp het beroep zonder nadere motivering omdat de klachten niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad bepaalde dat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.