ECLI:NL:HR:2001:AD4003

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 oktober 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R00/129HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • R. Herrmann
  • H.A.M. Aaftink
  • O. de Savornin Lohman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 474g RvArt. 474aa Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in cassatie bij geschil over verkoop lidmaatschapsrechten coöperatie

Verweerster, een coöperatie, verzocht de rechtbank om te bepalen binnen welke termijn en onder welke voorwaarden de in beslag genomen lidmaatschapsrechten, verbonden aan het gebruik van een kavel met bungalow in Italië, zouden worden verkocht en overgedragen. Verzoeker bestreed dit verzoek. Na behandeling stelde de rechtbank dat de lidmaatschapsrechten binnen twee jaar verkocht en overgedragen moesten worden.

Verzoeker ging in hoger beroep bij het Gerechtshof Amsterdam, dat de beschikking van de rechtbank bekrachtigde. Vervolgens stelde verzoeker beroep in cassatie in bij de Hoge Raad, waarbij hij zijn verzoek aanvulde. De coöperatie verzocht om niet-ontvankelijkheid wegens overschrijding van de cassatietermijn voor het aanvullend verzoekschrift en verwerping van het beroep voor het overige.

De Advocaat-Generaal adviseerde de Hoge Raad om verzoeker niet-ontvankelijk te verklaren voor de klachten in het aanvullend verzoekschrift en het beroep voor het overige te verwerpen. De Hoge Raad volgde dit advies, verklaarde verzoeker niet-ontvankelijk voor de aanvullende klachten en verwierp het beroep voor het overige. Tevens werd verzoeker veroordeeld in de kosten van het geding.

Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard voor aanvullende klachten en het beroep wordt voor het overige verworpen.

Uitspraak

5 oktober 2001
Eerste Kamer
Rek.nr. R00/129HR
NS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoeker], wonende te [woonplaats] (Italië),
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
de Coöperatieve Vereniging VILLAGGIO DI SUNCLASS TIGNALE U.A., gevestigd te Zandvoort,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. M.V. Polak.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 29 april 1999 ter griffie van de Rechtbank te Amsterdam ingediend verzoekschrift heeft verweerster in cassatie - verder te noemen: de coöperatie - zich gewend tot die Rechtbank en verzocht bij beschikking te bepalen dat en binnen welke termijn tot verkoop en overdracht van de in beslag genomen lidmaatschapsrechten zal worden overgegaan en op welke wijze en onder welke voorwaarden deze verkoop zal dienen plaats te vinden.
[Verzoeker] heeft het verzoek bestreden.
Nadat de Rechtbank eerst op 21 september 1999 het verzoek ter terechtzitting had behandeld, heeft de Rechtbank op 26 oktober 1999 ter terechtzitting het verzoek verder behandeld, waarna de Rechtbank bij beschikking van 7 december 1999 heeft bepaald dat het lidmaatschapsrecht in de coöperatie aan welk lidmaatschapsrecht is verbonden het uitsluitend gebruik van een kavel nr. B 11 met de daarop gebouwde bungalow gelegen in de gemeente [...] te Italië en welk lidmaatschapsrecht staat op naam van [verzoeker], met inachtneming van de wettelijke en statutaire bepalingen door de deurwaarder - zonodig bijgestaan door een notaris - zullen worden verkocht en zullen worden overgedragen binnen twee jaren na heden.
Tegen deze beschikking heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam.
Bij beschikking van 20 juli 2000 heeft het Hof de beschikking waarvan beroep bekrachtigd.
De beschikking van het Hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het Hof heeft [verzoeker] bij verzoekschrift van 20 september 2000 beroep in cassatie ingesteld. Bij verzoekschrift van 26 oktober 2000 heeft [verzoeker] dit verzoek aangevuld. De cassatierekesten zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.
De coöperatie heeft verzocht [verzoeker] wegens overschrijding van de cassatietermijn niet-ontvankelijk te verklaren in zijn beroep voor zover dit is vervat in het aanvullend verzoekschrift en voor het overige het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot niet-ontvankelijk verklaring van [verzoeker] in zijn cassatieberoep, voor zover dit berust op de in het aanvullend verzoekschrift tot cassatie aangevoerde klacht en tot verwerping van het cassatieberoep voor zover dit berust op de in het oorspronkelijk verzoekschrift tot cassatie aangevoerde klachten.
3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het cassatieberoep
Op de gronden uiteengezet in de conclusie van de Advocaat-Generaal Strikwerda onder 10 dient [verzoeker] niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn beroep, voor zover dit berust op de in het aanvullend verzoekschrift tot cassatie aangevoerde klachten.
4. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten falen op de gronden uiteengezet in de conclusie van de Advocaat-Generaal Strikwerda onder 12 tot en met 21.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn beroep, voor zover dit berust op de in het aanvullend verzoekschrift tot cassatie aangevoerde klachten;
verwerpt het beroep voor het overige;
veroordeelt [verzoeker] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Villagio di Sunclass Tignale begroot op ƒ 525,-- aan verschotten en ƒ 2.500,-- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren R. Herrmann, als voorzitter, H.A.M. Aaftink en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 5 oktober 2001.