ECLI:NL:HR:2001:AD4060
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting over volledige vijfjaarsperiode
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting opgelegd voor het tijdvak van 5 januari 1997 tot en met 4 januari 1999, omdat het motorrijtuig ten onrechte als bestelauto was aangemerkt in plaats van personenauto. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag, maar het Hof vernietigde deze en beperkte de naheffing tot vier aaneengesloten kwartalen met als laatste kwartaal waarin de constatering plaatsvond.
De Staatssecretaris van Financiën stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad oordeelde dat de naheffing niet beperkt is tot de termijn van twaalf maanden zoals het Hof stelde, maar dat de algemene naheffingsbevoegdheid van de inspecteur op grond van artikel 20 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) geldt, die een termijn van vijf jaar na het einde van het kalenderjaar waarin de belastingschuld is ontstaan toestaat.
De afwijkende regeling in afdeling 7 van hoofdstuk II van de Wet op de motorrijtuigenbelasting is slechts van toepassing op specifieke situaties die hier niet aan de orde zijn. De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep gegrond, vernietigde het arrest van het Hof en bevestigde de uitspraak van de Inspecteur. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting over de volledige periode van bijna twee jaar op grond van artikel 20 AWR.