ECLI:NL:HR:2001:AD4290
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt beroep tegen uitlevering aan Verenigde Staten wegens drugshandel
De zaak betreft het beroep in cassatie van een opgeëiste persoon tegen een uitspraak van de Arrondissementsrechtbank Amsterdam die zijn uitlevering aan de Verenigde Staten toelaatbaar heeft verklaard ter strafvervolging wegens drugshandel. De Hoge Raad beoordeelt onder meer of de opgeëiste persoon door Amerikaanse opsporingsautoriteiten is uitgelokt tot het plegen van de strafbare feiten en of sprake is van een flagrante schending van het recht op een eerlijk proces.
De rechtbank had het verweer dat de verdachte was uitgelokt door Amerikaanse opsporingsambtenaren verworpen op grond van een fax van een Amerikaanse officier van justitie en andere stukken waaruit bleek dat de verdachte reeds predisposed was tot het plegen van de strafbare feiten. Ook het verweer dat een criminele burgerinfiltrant was ingezet werd verworpen, omdat dit niet leidde tot een schending van art. 6 EVRM Pro. Daarnaast werd het beroep op schending van de redelijke-termijn-clausule afgewezen, omdat de vertraging te wijten was aan de voortvluchtigheid van de verdachte.
De Hoge Raad oordeelt dat het niet aan de uitleveringsrechter is om de rechtmatigheid van het opsporingsonderzoek in de verzoekende staat te toetsen, tenzij er sprake is van een flagrante schending van fundamentele rechten. De rechtbank heeft dit terecht niet vastgesteld. De overige klachten van de verdediging zijn eveneens ongegrond. Het cassatieberoep wordt verworpen en de uitlevering blijft toelaatbaar.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de uitlevering aan de Verenigde Staten blijft toelaatbaar.