ECLI:NL:HR:2001:AD4451
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid bewijsgaring bij uitvoer harddrugs ondanks WPR-bezwaren
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam, waarin verdachte werd veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf wegens opzettelijk handelen in strijd met het verbod op uitvoer van harddrugs (XTC-pillen).
Verdachte stelde dat de bewijsgaring onrechtmatig was omdat vluchtgegevens onrechtmatig waren verkregen door schending van artikel 11, tweede lid, van de Wet persoonsregistraties (WPR). Het hof verwierp dit verweer en oordeelde dat het belang van opsporing bij een redelijke verdenking van een Opiumwetmisdrijf een gewichtige reden vormt voor verstrekking van persoonsgegevens, mits de persoonlijke levenssfeer niet onevenredig wordt geschaad.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat er sprake was van een dringende en gewichtige reden voor verstrekking van de vluchtgegevens, en dat deze gegevens niet op andere wijze tijdig en adequaat konden worden verkregen. Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling blijft in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling tot 24 maanden gevangenisstraf wegens uitvoer van harddrugs.