ECLI:NL:HR:2001:AD4620
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- G.J.M. Corstens
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatie tegen uitleveringsuitspraak aan Duitsland
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van de Arrondissementsrechtbank te Zwolle die de uitlevering van een persoon aan de Bondsrepubliek Duitsland toelaatbaar heeft verklaard. De uitlevering betreft zowel de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf opgelegd door het Landgericht Berlijn als vervolging voor feiten omschreven in een Haftbefehl van het Amtsgericht Hamburg.
De Hoge Raad interpreteert de bestreden uitspraak als een verklaring van toelaatbaarheid van uitlevering uitsluitend voor deze doeleinden. De raadsman van de opgeëiste persoon heeft namens hem verklaard conform de wettelijke vereisten, hoewel de opgeëiste persoon zelf niet aanwezig was bij de zitting.
De Advocaat-Generaal stelde vernietiging voor vanwege onvolledige feitelijke omschrijving en deels ontoelaatbare uitlevering, maar de Hoge Raad oordeelt dat het middel niet tot cassatie kan leiden. Er zijn geen gronden voor ambtshalve vernietiging en het beroep wordt verworpen. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de uitlevering aan Duitsland bevestigd.