ECLI:NL:HR:2001:AD4698
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen schending gelijkheidsbeginsel bij belastingheffing toeslag burger-oorlogsslachtoffers
Belanghebbende, een burger-oorlogsslachtoffer, kreeg voor 1994 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd over een belastbaar inkomen inclusief een toeslag op grond van artikel 19 van Pro de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers (Wubo). Na bezwaar en beroep bij het Hof, dat de aanslag bevestigde, stelde belanghebbende cassatie in met het argument dat zijn toeslag gelijk behandeld moest worden als de belastingvrije toeslag voor oud-verzetsdeelnemers en zeelieden-oorlogsslachtoffers op grond van het gelijkheidsbeginsel.
De Hoge Raad analyseerde de ontstaansgeschiedenis van artikel 19 Wubo Pro en de Resolutie van de Staatssecretaris van Financiën waarin de toeslag voor medisch-sociale kosten aan oud-verzetsdeelnemers en zeelieden-oorlogsslachtoffers als belastingvrije uitkering werd aangemerkt. De toeslag van belanghebbende strekt tot vergoeding van niet-meetbare invaliditeitskosten, die doorgaans niet als buitengewone lasten aftrekbaar zijn, terwijl de andere toeslag betrekking heeft op medisch-sociale kosten die wel als buitengewone lasten worden beschouwd.
De Hoge Raad concludeerde dat dit verschil in aard en strekking van de toeslagen een objectieve en redelijke rechtvaardiging vormt voor het onderscheid in fiscale behandeling. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde daarom. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren op 2 mei 2001.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat de toeslag voor burger-oorlogsslachtoffers niet als belastingvrije uitkering geldt.