ECLI:NL:HR:2001:AD4850
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- L. Monné
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Beoordeling zelfstandigheid flatwoningen voor Wet WOZ waardering
Belanghebbende bezit achtentachtig flatwoningen in een flatgebouw aan de a-straat 1 te Q, waarvan zevenentachtig worden verhuurd en één door belanghebbende zelf wordt gebruikt. De waarde van deze woningen werd vastgesteld per 1 januari 1995 voor het belastingtijdvak 1997-2000. Tegen de vastgestelde waardebeschikkingen maakte belanghebbende bezwaar, dat door het hoofd belastingen van de gemeente Zeist werd afgewezen. Vervolgens bevestigde het Hof Amsterdam deze afwijzing.
In cassatie is aan de orde of de flatwoningen als zelfstandige onroerende zaken moeten worden aangemerkt volgens artikel 16 van Pro de Wet WOZ. Het Hof oordeelde dat de woningen zelfstandige wooneenheden zijn met de noodzakelijke voorzieningen voor bewoning, en dat zij niet als één onroerende zaak kunnen worden beschouwd omdat zij niet door dezelfde belastingplichtige worden gebruikt.
De Hoge Raad stelt vast dat het oordeel van het Hof geen onjuiste rechtsopvatting bevat en dat het niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd is. Het cassatieberoep faalt en de Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond. Er worden geen proceskosten aan belanghebbende toegekend.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de waardering van de flatwoningen als zelfstandige onroerende zaken blijft gehandhaafd.