ECLI:NL:HR:2001:AD4941

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 november 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R01/119HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • R. Herrmann
  • A.E.M. van der Putt-Lauwers
  • O. de Savornin Lohman
  • A. Hammerstein
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 101a Wet op de rechterlijke organisatieWet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatie tegen voorlopige machtiging opname psychiatrisch ziekenhuis

De Officier van Justitie in Zwolle vorderde op 24 juli 2001 bij de Rechtbank een voorlopige machtiging voor opname en verblijf van verzoekster in een psychiatrisch ziekenhuis, onderbouwd met een verklaring van de geneesheer-directeur van het betreffende ziekenhuis.

Op 31 juli 2001 hoorde de Rechtbank verzoekster, haar advocaat, de behandelend arts en een verpleegkundige. De Rechtbank wees de vordering toe en verleende de voorlopige machtiging voor maximaal zes maanden. Verzoekster stelde beroep in cassatie in tegen de beschikking van het Hof.

De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten geen cassatiegrond opleveren en dat, gelet op artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering noodzakelijk is omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn.

De Hoge Raad wees het beroep af en bevestigde daarmee de voorlopige machtiging tot opname in het psychiatrisch ziekenhuis.

Uitkomst: Het cassatieberoep tegen de voorlopige machtiging tot opname in het psychiatrisch ziekenhuis wordt verworpen.

Uitspraak

30 november 2001
Eerste Kamer
Rek.nr. R01/119HR
AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoekster], wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. G.E.M. Later.
1. Het geding in feitelijke instantie
De Officier van Justitie in het arrondissement Zwolle heeft op 24 juli 2001 bij de Rechtbank aldaar onder overlegging van een verklaring van de geneesheer-directeur van het psychiatrisch ziekenhuis van de Stichting Adhesie te Deventer een voorlopige machtiging tot het doen opnemen en doen verblijven van verzoekster tot cassatie - verder te noemen: verzoekster - in een psychiatrisch ziekenhuis gevorderd.
Op 31 juli 2001 heeft de Rechtbank verzoekster, haar advocaat, de behandelend arts en een verpleegkundige gehoord. Bij beschikking van diezelfde dag heeft de Rechtbank de vordering toegewezen en de voorlopige machtiging verleend voor de duur van ten hoogste zes maanden.
De beschikking van de Rechtbank is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het Hof heeft verzoekster beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest en het aanvullend verzoekschrift tot cassatie zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 101a RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren R. Herrmann, als voorzitter, A.E.M. van der Putt-Lauwers en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 30 november 2001.