ECLI:NL:HR:2001:AD5028

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 november 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
36140
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • L. Monné
  • J.W. van den Berge
  • A.R. Leemreis
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 41 Wet WOZArt. 42 lid 1 Wet WOZ
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling waardepeildatum bij vaststelling WOZ-waarde voor onroerende zaak

Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een onroerende zaak gelegen aan a-straat 1 te Q voor het tijdvak 1997-2000. De gemeente Hilversum stelde de waarde bij bezwaar lager vast dan oorspronkelijk, maar belanghebbende ging in beroep bij het Hof. Het Hof bevestigde de lagere waarde en oordeelde dat de gemeente terecht de waardepeildatum 1 januari 1994 hanteerde, zoals opgenomen in de Verordening onroerende-zaakbelastingen 1997.

Belanghebbende stelde in cassatie dat artikel 41 Wet Pro WOZ niet van toepassing zou zijn op gemeenten die voor de jaren 1995 en 1996 een waardepeildatum vóór 1992 gebruikten. De Hoge Raad verwierp dit standpunt, stellende dat noch de tekst van artikel 41, noch andere bepalingen van de Wet WOZ dit ondersteunen.

De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat de waarde van onroerende zaken voor het tijdvak vanaf 1 januari 1997 wordt bepaald aan de hand van de in de gemeentelijke verordening opgenomen waardepeildatum. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.

Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de waardepeildatum van 1 januari 1994 wordt bevestigd.

Uitspraak

Nr. 36.140
2 november 2001
FA
gewezen op het beroep in cassatie van X N.V. te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 7 april 2000, nr. P98/3354, betreffende na te melden beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken.
1. Beschikking, bezwaar en geding voor het Hof
Ten aanzien van belanghebbende is bij beschikking de waarde van de onroerende zaak a-straat 1 te Q voor het tijdvak 1 januari 1997 tot en met 31 december 2000 vastgesteld op ƒ 24.865.000.
Op het door belanghebbende tegen die beschikking gemaakte bezwaar heeft het hoofd van de afdeling belastingen van de gemeente Hilversum de waarde nader vastgesteld op ƒ 22.500.000.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft de uitspraak bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Beoordeling van het middel
Het middel berust op de opvatting dat het bepaalde in artikel 41 van Pro de Wet waardering onroerende zaken (hierna: Wet WOZ) niet geldt ten aanzien van gemeenten welke voor de heffing van de onroerendezaakbelastingen voor de jaren 1995 en 1996 met gebruikmaking van het bepaalde in artikel 42, lid 1, Wet WOZ een waardepeildatum hanteerden van vóór 1992. Die opvatting vindt echter geen steun in de tekst van die artikelen of elders in de wet. Het Hof heeft dan ook terecht geoordeeld dat, nu de gemeente Hilversum blijkens haar Verordening onroerende-zaakbelastingen 1997 als waardepeildatum 1 januari 1994 hanteert, voor de toepassing van de Wet WOZ voor het tijdvak dat aanvangt op 1 januari 1997 de waarde van de onroerende zaken gelegen in die gemeente wordt bepaald naar de in die verordening opgenomen waardepeildatum.
Het middel faalt derhalve.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer L. Monné als voorzitter, en de raadsheren J.W. van den Berge en A.R. Leemreis, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 2 november 2001.