ECLI:NL:HR:2001:AD5331

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 november 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
36639
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • G.J. Zuurmond
  • D.G. van Vliet
  • P. Lourens
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. I Wet van 23 december 1994Art. VI Wet van 18 december 1987
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt oordeel over motorrijtuigenbelasting en kentekenbewijsdatum

Belanghebbende heeft over de periode van 26 april 1997 tot en met 25 januari 1999 motorrijtuigenbelasting betaald en hiertegen bezwaar gemaakt. De Inspecteur wees het bezwaar af, waarna belanghebbende in beroep ging bij het Hof dat de Inspecteur in het gelijk stelde.

Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De klachten richtten zich tegen het oordeel van het Hof dat volgens artikel I van de Wet van 23 december 1994 enkel de dagtekening van deel II van het kentekenbewijs vóór 1 januari 1988 bepalend is voor de belastingplicht.

De Hoge Raad oordeelde dat dit oordeel juist is gelet op de toelichting bij de wet en het bepaalde in artikel VI van de Wet van 18 december 1987. De klachten faalden en het beroep werd ongegrond verklaard. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het oordeel van het Hof bevestigd.

Uitspraak

Nr. 36.639
9 november 2001
FA
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 4 oktober 2000, nr. 99/1677, betreffende na te melden op aangifte voldaan bedrag aan motorrijtuigenbelasting.
1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof
Belanghebbende heeft over het tijdvak 26 april 1997 tot en met 25 januari 1999 op aangifte voldaan een bedrag van f 1256 aan motorrijtuigenbelasting. Hij heeft tegen dit bedrag bezwaar gemaakt bij de Inspecteur, die het bezwaar heeft afgewezen.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft de uitspraak van de Inspecteur bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft de zaak doen toelichten door mr. H.W.F. Klarenaar, advocaat te Dordrecht.
3. Beoordeling van de klachten
De klachten richten zich tegen 's Hofs oordeel dat volgens artikel I van de Wet van 23 december 1994, Stb. 883, enkel bepalend is of de dagtekening van deel II van het kentekenbewijs vóór 1 januari 1988 ligt. Dit oordeel is gelet op de toelichting bij die wet (Kamerstukken II 1994/95, 23981, nr. 3, blz. 2 bovenaan) in verbinding met het bepaalde bij artikel VI van de Wet van 18 december 1987, Stb 580, juist. De klachten falen derhalve.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G.J. Zuurmond als voorzitter, en de raadsheren D.G. van Vliet en P. Lourens, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.M. van Hooff, en in het openbaar uitgesproken op 9 november 2001.