ECLI:NL:HR:2001:AD5333
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt zakelijke vergoeding voor bankgarantie in vennootschapsbelastingzaak
Belanghebbende, een vennootschap, was in beroep gegaan tegen een aanslag vennootschapsbelasting over 1989. Na eerdere procedures bij het Gerechtshof Amsterdam en de Hoge Raad werd de zaak verwezen naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage. Dit hof vernietigde de aanslag en stelde een verminderd belastbaar bedrag vast.
Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad beoordeelde het beroep en bevestigde dat bij het bepalen van een zakelijke vergoeding voor het verstrekken van een bankgarantie rekening moet worden gehouden met het risico dat de garantstellende partij loopt. In deze zaak werd een vergoeding van 33% per jaar als zakelijk beoordeeld.
De motiveringsklachten van belanghebbende tegen deze vergoeding faalden, omdat het hof zijn oordeel voldoende had gemotiveerd. De Hoge Raad vond geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten en verklaarde het beroep ongegrond.
Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en vier raadsheren in aanwezigheid van de waarnemend griffier op 9 november 2001.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de vergoeding van 33% per jaar voor de bankgarantie wordt als zakelijk bevestigd.