ECLI:NL:HR:2001:AD5788
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof inzake omzetbelasting en contractkorting bij portokosten
Belanghebbende, een onderneming die mailingactiviteiten verricht, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de periode 1990-1992, inclusief een verhoging. De Inspecteur had kwijtschelding verleend op de verhoging tot 25%. De naheffingsaanslag betrof onder meer portokosten die belanghebbende aan PTT Post B.V. betaalde en afzonderlijk aan haar cliënten doorberekende. Volgens een resolutie van de Staatssecretaris van Financiën worden dergelijke portokosten niet tot de vergoeding gerekend, mits zij duidelijk op de factuur staan vermeld.
Belanghebbende had echter een extra contractkorting van 10% ontvangen van PTT Post B.V. die zij niet aan haar cliënten doorberekende. De Inspecteur stelde dat deze contractkorting wel tot de vergoeding behoorde en dus belastbaar was. Het Hof vernietigde de naheffingsaanslag omdat het oordeelde dat de contractkorting buiten de verhouding met cliënten viel en onder de goedkeuring van de resolutie viel.
De Hoge Raad stelde dat de resolutie slechts ziet op porto- en frankeerkosten die daadwerkelijk door de ondernemer aan PTT Post B.V. worden voldaan, en dat de contractkorting niet automatisch buiten de heffing valt. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat het Hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de contractkorting als een 'korting achteraf' moet worden gezien. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het Hof voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest.
De Hoge Raad wees ook een veroordeling in proceskosten af. Het arrest werd op 16 november 2001 uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest.