ECLI:NL:HR:2001:AD5904
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- G.J.M. Corstens
- A.M.M. Orie
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in aanvraag tot herziening tribunaaluitspraak uit 1948
De zaak betreft een aanvraag tot herziening van een vonnis van de Kantonrechter te Utrecht uit 1948, waarbij de aanvraagster werd veroordeeld voor het verlenen van hulp aan de vijand tijdens de Tweede Wereldoorlog en ontzetting van kiesrechten. De aanvraag tot herziening werd ingediend op grond van het Tribunaalbesluit en de Wet overgang bijzondere rechtspleging.
De Hoge Raad overweegt dat bij de totstandkoming van de Wet overgang bijzondere rechtspleging de rechtsmacht van de Tribunalen is overgegaan op de kantongerechten. Tevens is overwogen dat het rechtsmiddel van herziening voor tribunaalrechtspraak niet is ingevoerd, omdat in de praktijk geen behoefte aan herziening van tribunaaluitspraken bleek.
De Hoge Raad verwijst naar een eerdere beschikking van 18 oktober 1949 waarin is beslist dat herziening van uitspraken van Tribunalen volgens de wet niet openstaat. Gelet hierop verklaart de Hoge Raad de aanvraag tot herziening niet-ontvankelijk. De uitspraak is gewezen door de vice-president en twee raadsheren, waarbij één raadsheer buiten staat was het arrest te ondertekenen.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening niet-ontvankelijk omdat het rechtsmiddel van herziening voor tribunaalrechtspraak niet openstaat.