ECLI:NL:HR:2001:AD6052

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 november 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
36348
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • D.H. Beukenhorst
  • L. Monné
  • A.R. Leemreis
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 101a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing teruggaaf overdrachtsbelasting na bezwaar en beroep

Belanghebbende heeft een bedrag van ƒ 33.600 aan overdrachtsbelasting voldaan bij de verkrijging van een onroerende zaak. Tegen dit bedrag maakte belanghebbende bezwaar en verzocht om teruggaaf, maar de Inspecteur wees dit verzoek af. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat de afwijzing bevestigde.

Vervolgens stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad tegen de uitspraak van het Hof. De Hoge Raad heeft het beroepschrift en het verweerschrift van de Staatssecretaris van Financiën bestudeerd, evenals de conclusie van repliek van belanghebbende.

De Hoge Raad oordeelt dat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat er geen aanleiding is om rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling te beantwoorden. De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond en ziet geen grond voor veroordeling in de proceskosten.

Dit arrest bevestigt daarmee de eerdere beslissingen van de Inspecteur en het Hof dat het bezwaar tegen de overdrachtsbelasting terecht is afgewezen.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de teruggaaf van overdrachtsbelasting bevestigd.

Uitspraak

Nr. 36.348
23 november 2001
FA
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 12 april 2000, nr. 97/22345, betreffende na te melden op aangifte voldaan bedrag aan overdrachtsbelasting.
1. Voldoening, bezwaar en geding voor het Hof
Belanghebbende heeft ter zake van de verkrijging van een onroerende zaak op aangifte voldaan een bedrag van ƒ 33.600 aan overdrachtsbelasting. Belanghebbende heeft tegen dit bedrag bezwaar gemaakt en verzocht om teruggaaf van voormeld bedrag, welk verzoek bij uitspraak van de Inspecteur is afgewezen.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft de uitspraak bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
3. Beoordeling van de klachten
De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer D.H. Beukenhorst als voorzitter, en de raadsheren L. Monné en A.R. Leemreis, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 23 november 2001.