ECLI:NL:HR:2001:AD6057
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak en verwijst belastingzaak terug wegens onvoldoende motivering over psychische problemen belanghebbende
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1993 een aanslag opgelegd in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen. Na bezwaar handhaafde de inspecteur de aanslag. Belanghebbende ging in beroep bij het hof, maar werd door de voorzitter van de eerste meervoudige Belastingkamer niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze beslissing kwam belanghebbende in verzet, dat door het hof ongegrond werd verklaard.
In het verzet stelde belanghebbende dat de overschrijding van de beroepstermijn te wijten was aan zijn psychische problemen en beperkte verstandelijke capaciteiten, ondersteund door een verklaring van een zenuwarts. Het hof besteedde hieraan geen aandacht en oordeelde dat geen omstandigheden waren die het verzuim konden rechtvaardigen.
De Hoge Raad stelde vast dat het hof hetzij een onjuiste uitleg gaf aan artikel 6:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht door te stellen dat psychische problemen en verstandelijke beperkingen nooit een grond voor toepassing van dat artikel kunnen zijn, hetzij onvoldoende gemotiveerd had geoordeeld. Daarom werd het middel gegrond verklaard, het arrest van het hof vernietigd en de zaak verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling met inachtneming van de uitspraak.
Daarnaast werd de Staatssecretaris van Financiën veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van belanghebbende in cassatie.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt hofuitspraak en verwijst zaak terug wegens onvoldoende motivering over psychische problemen belanghebbende.