ECLI:NL:HR:2001:AD6060
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt oordeel Hof over belastbaar inkomen uit optierechten werknemer
Belanghebbende, werkzaam in 1992 bij A BV, dochter van het Britse B Ltd., kreeg in 1987 optierechten op aandelen toegekend. De Inspecteur legde een aanslag op naar een belastbaar inkomen van ƒ 330.112, welke na bezwaar werd gehandhaafd. Het Hof vernietigde deze uitspraak en verminderde de aanslag tot een belastbaar inkomen van ƒ 246.664.
Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het Hofarrest. De Hoge Raad toetste het oordeel van het Hof dat het werknemerschap van doorslaggevende betekenis was voor het verwerven en uitoefenen van de optierechten. Dit oordeel is feitelijk van aard en kan in cassatie niet worden getoetst.
De Hoge Raad oordeelde dat het oordeel van het Hof niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd was. Het cassatiemiddel faalde en het beroep werd ongegrond verklaard. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het cassatieberoep is ongegrond verklaard en het oordeel van het Hof bevestigd.