ECLI:NL:HR:2001:AD6086
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- J.B. Fleers
- A.G. Pos
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vordering Ontvanger tegen Thomasson Dura B.V. inzake belastingvordering
Thomasson Dura B.V. werd door de Ontvanger gedagvaard voor een bedrag van ƒ 235.650,-- vermeerderd met wettelijke rente. De Rechtbank Almelo wees de vordering toe bij eindvonnis van 4 maart 1998. Thomasson stelde hoger beroep in bij het Gerechtshof Arnhem, dat het vonnis van de Rechtbank op 30 november 1999 bekrachtigde.
Thomasson stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het Hof. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten geen cassatiegronden opleveren en dat geen nadere motivering nodig is omdat de klachten niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt Thomasson in de kosten van het geding in cassatie. Hiermee blijft de belastingvordering van de Ontvanger onverminderd van kracht.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Thomasson Dura B.V. wordt verworpen en de belastingvordering van de Ontvanger blijft gehandhaafd.