ECLI:NL:HR:2001:AD6776
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- J.W. van den Berge
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak over naheffingsaanslag overdrachtsbelasting bij verkrijging onroerende zaak
Belanghebbende was sinds 1977 huurder van een woon-winkelpand en heeft in de loop der jaren verbouwingen en verbeteringen aangebracht. In 1996 verkreeg hij de eigendom van het pand voor ƒ 250.000, de economische waarde op dat moment. Hij betaalde overdrachtsbelasting over ƒ 190.000, met een beroep op een vrijstelling voor het verschil van ƒ 60.000.
De Inspecteur legde een naheffingsaanslag op over dit verschil van ƒ 60.000, wat leidde tot een geschil over de juiste heffingsmaatstaf. Het Hof bevestigde de naheffingsaanslag en oordeelde dat belanghebbende niet had bewezen dat hij terecht aanspraak maakte op de vrijstelling.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof omdat het Hof het bewijsaanbod van belanghebbende niet heeft behandeld en onvoldoende heeft gemotiveerd waarom dit bewijsaanbod werd gepasseerd. De zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor nader onderzoek naar de waarde van de door belanghebbende aangebrachte verbeteringen en de toepassing van de vrijstelling.
Daarnaast veroordeelt de Hoge Raad de Staatssecretaris van Financiën in de proceskosten en gelast vergoeding van het griffierecht aan belanghebbende.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt gegrond verklaard, het arrest van het Hof vernietigd en de zaak verwezen voor nader onderzoek.