ECLI:NL:HR:2001:AD6781
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vernietiging navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1985 wegens vertrouwensbeginsel
Belanghebbende kreeg over het jaar 1985 een navorderingsaanslag opgelegd met een verhoging, welke na bezwaar door de Inspecteur werd gehandhaafd. Het Gerechtshof Amsterdam verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en vernietigde de aanslag en de verhoging. De Staatssecretaris stelde daarop beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad overwoog dat belanghebbende sinds 1986 middellijk aandeelhouder was van B B.V., die een fiscale eenheid vormde met H B.V. die bedragen had overgeboekt naar een Luxemburgse bankrekening. De Inspecteur had in een brief van 13 juni 1996 aan B B.V. en A medegedeeld dat navorderingsaanslagen zouden worden opgelegd voor de jaren 1990-1993, maar niet voor 1989 en eerdere jaren.
Het Hof had geoordeeld dat belanghebbende op grond van de brief redelijkerwijs mocht aannemen dat voor hem geen navordering zou plaatsvinden over 1989 en eerdere jaren, waaronder 1985. Dit vormde een beroep op het vertrouwensbeginsel dat aan navordering in de weg stond. De Hoge Raad vond geen onjuiste rechtsopvatting in het oordeel van het Hof en verklaarde het cassatieberoep ongegrond. De Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag over 1985 wordt vernietigd vanwege het vertrouwensbeginsel.