ECLI:NL:HR:2001:AD6917

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 december 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
1325
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • E. Korthals Altes
  • L. Monné
  • J.W. van den Berge
  • A. Hammerstein
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 101a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie tegen vervroegde onteigening gemeente 's-Gravenhage

De gemeente 's-Gravenhage heeft op 13 oktober 2000 eisers gedagvaard voor de rechtbank met het verzoek tot vervroegde onteigening van twee percelen grond die eigendom zijn van eisers. Het ging om percelen gelegen binnen het bestemmingsplan 'Wateringse Veld' en de eerste herziening daarvan.

Op 31 januari 2001 heeft de rechtbank de gevorderde vervroegde onteigening uitgesproken en een voorschot op schadeloosstelling vastgesteld voor beide eisers. Tegen dit vonnis hebben eisers cassatie ingesteld bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat het middel niet tot cassatie kan leiden. Gezien artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie is nadere motivering niet vereist, omdat het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en eisers veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren en uitgesproken op 7 december 2001.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eisers worden veroordeeld in de kosten van het geding.

Uitspraak

Nr. 1325
7 december 2001
RP
in de zaak van
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid[eiser 1], gevestigd te [vestigingsplaats] ,
2. [eiser 2],wonende te [woonplaats],
eisers tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,
tegen
De Gemeente 's -Gravenhage, zetelende te 's-Gravenhage,
verweerster in cassatie,
advocaat: mr. D.H. de Witte.
1. Geding in feitelijke instantie
1.1. De gemeente 's-Gravenhage (hierna: de Gemeente) heeft bij exploiten van 13 oktober 2000 eisers doen dagvaarden voor de Arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage en ten behoeve van de uitvoering van de bestemmingsplannen 'Wateringse Veld' en 'Wateringse Veld, eerste herziening' gevorderd de vervroegd uit te spreken onteigening ten behoeve van de Gemeente van het perceel kadastraal bekend gemeente [...], sectie [...], nr. [...], ter grootte van 53 a en 65 ca, plaatselijk bekend als [...] (grondplannummer 1) en van het perceel kadastraal bekend gemeente 's-Gravenhage, sectie [...], nr. [...], ter grootte van 16 a en 50 ca, plaatselijk bekend als [...] (grondplannummer 2), waarvan eisers tot cassatie als eigenaar zijn aangewezen, en bepaling van het bedrag van de schadeloosstelling.
1.2. Bij vonnis van 31 januari 2001 heeft de Rechtbank de gevorderde onteigening bij vervroeging uitgesproken en het voorschot op de schadeloosstelling voor [eiser 1] bepaald op ƒ 414.000 en voor [eiser 2] op ƒ 94.500. Het vonnis is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
2.1. [Eiser 1] en [eiser 2] hebben het vonnis van 31 januari 2001 met een middel van cassatie bestreden. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2.2. De Gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2.3. Partijen hebben hun standpunten schriftelijk doen toelichten door hun advocaten. De Gemeente heeft gedupliceerd.
2.4. De Advocaat-Generaal J.W. Ilsink heeft op 28 september 2001 geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt eisers in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op ƒ 632,20 aan verschotten en op ƒ 3000 voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E. Korthals Altes als voorzitter, en de raadsheren L. Monné en J.W. van den Berge, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en door de raadsheer A. Hammerstein uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 december 2001.