ECLI:NL:HR:2001:AD7276
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep in cassatie tegen beslissing dagloon Werkloosheidswet
Belanghebbende X te Z heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep betreffende de vaststelling van het dagloon voor de berekening van een uitkering op grond van de Werkloosheidswet. De Hoge Raad beoordeelt de ontvankelijkheid van dit beroep en stelt vast dat de Centrale Raad uitspraken heeft gedaan over besluiten van het Landelijk instituut sociale verzekeringen inzake de hoogte van de uitkering.
Volgens de Hoge Raad is tegen dergelijke uitspraken geen beroep in cassatie mogelijk. Daarom verklaart de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk. Tevens oordeelt de Hoge Raad dat er geen aanleiding is om proceskosten toe te wijzen. Het betaalde griffierecht wordt aan belanghebbende teruggegeven.
Deze beslissing is op 14 december 2001 in het openbaar uitgesproken door raadsheer P. Lourens als voorzitter, samen met raadsheren C.B. Bavinck en J.C. van Oven.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een cassatiemogelijkheid tegen uitspraken van de Centrale Raad inzake de Werkloosheidswet.