ECLI:NL:HR:2001:ZC3661
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt cassatie in schadevergoeding werknemer tegen werkgever
De werknemer had de werkgever gedagvaard wegens schadevergoeding, aanvankelijk met een vordering tot betaling van schade, later gewijzigd tot een bedrag van ƒ 1.150.000,--. De werkgever verzette zich tegen de wijziging van eis, maar de rechtbank veroordeelde de werkgever uiteindelijk tot betaling van een deel van de schade en wees het overige af.
De werkgever ging in hoger beroep bij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, dat een bewijsopdracht gaf en verdere beslissing aanhield. De werkgever stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten in het cassatiemiddel niet tot cassatie konden leiden en wees het beroep af zonder nadere motivering, conform artikel 101a van het Wetboek van Rechtsvordering. De werkgever werd veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.
Het arrest bevestigt de eerdere beslissingen en de toegewezen schadevergoeding aan de werknemer, waarmee het geschil definitief is beslecht.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van de werkgever en bevestigt de schadevergoeding aan de werknemer.