ECLI:NL:HR:2001:ZC3673
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp
- J.B. Fleers
- H.A.M. Aaftink
- P.C. Kop
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep in faillissementszaak wegens termijnoverschrijding
Op 8 september 1999 werd het faillissement uitgesproken van Hotel Maatschappij Leiden B.V. (HML). Verzoeker, Van Ekelenburg, betwistte het beleid van de curator omtrent de aanvaarding van een bod op aandelen en verzocht de rechter-commissaris om toestemming voor een alternatieve overdracht. Na afwijzing van dit verzoek door de rechter-commissaris en bekrachtiging daarvan door de rechtbank, stelde Van Ekelenburg beroep in cassatie in.
De Hoge Raad oordeelde dat de termijn voor het instellen van cassatieberoep strikt moet worden nageleefd. Hoewel verzoeker aanvoerde dat hij pas na afloop van de beroepstermijn kennis had gekregen van de beschikking, stelde de Hoge Raad vast dat verzoeker en zijn advocaat aanwezig waren bij de mondelinge behandeling waarin de uitspraak werd aangekondigd. Hierdoor was er geen reden om van de termijnregel af te wijken.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep niet-ontvankelijk en veroordeelde verzoeker in de proceskosten. Hiermee werd bevestigd dat tijdige kennisgeving en aanwezigheid bij zitting essentieel zijn voor de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie in faillissementszaken.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens overschrijding van de beroepstermijn.