ECLI:NL:HR:2001:ZC3686
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over verjaring en schadevergoeding bij medische fout en verzwijging
In deze zaak vordert eiseres schadevergoeding van het Diaconessenhuis wegens een medische fout die in 1956 werd gemaakt bij de bepaling van haar rhesusfactor, wat leidde tot rhesusantagonisme, doodgeboren kinderen en onvrijwillige kinderloosheid. De rechtbank en het hof wezen eerdere vorderingen af wegens verjaring.
Eiseres stelde dat zij andere schade vorderde dan eerder, waaronder immateriële schade door verzwijging van de fout tot 1988. De Hoge Raad bevestigde dat de verjaring van schadevergoeding bij onrechtmatige daad volgens het toen geldende recht begint te lopen op het moment van de schadeveroorzakende handeling, ook bij doorlopende schade.
De Hoge Raad oordeelde dat de schade door verzwijging een aparte onrechtmatige daad vormt, waardoor de vordering daarvoor niet verjaard is. Het incidentele cassatieberoep werd niet behandeld omdat het afhankelijk was van het primaire beroep. De Hoge Raad verwierp het primaire cassatieberoep en veroordeelde eiseres in de kosten.
Uitkomst: Het primaire cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de kosten.