ECLI:NL:HR:2001:ZD1861
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- G.J.M. Corstens
- A.M.M. Orie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak over tenuitvoerlegging buitenlandse strafvonnis wegens ontbrekende verdragsvermelding
De zaak betreft het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam die de tenuitvoerlegging van een gevangenisstraf opgelegd door het Landgericht Duisburg heeft toegestaan. De veroordeelde was tot vijf jaar gevangenisstraf veroordeeld en de rechtbank had verlof verleend tot tenuitvoerlegging in Nederland met een straf van twee jaar en zes maanden, waarbij de tijd in voorlopige hechtenis in Duitsland werd verrekend.
Het cassatieberoep richt zich op de toepassing van het Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen en de juiste verdragsbepalingen die ten grondslag liggen aan de tenuitvoerlegging. De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank terecht het genoemde verdrag heeft toegepast omdat de veroordeelde zich door ontvluchting aan de uitvoering van zijn straf in Duitsland heeft onttrokken. Wel heeft de rechtbank verzuimd om de toepasselijke verdragsbepalingen, met name art. 68 SUO Pro en de artikelen 3, 5, 8 en 21 lid 3 van het Verdrag tussen de Lid-Staten van de Europese Gemeenschappen inzake de tenuitvoerlegging van buitenlandse strafvonnissen, expliciet te vermelden.
Daarnaast is het cassatieberoep gericht tegen de zogenaamde 'aanvulling op uitspraak' van de rechtbank, welke de Hoge Raad niet in acht neemt omdat de wet geen voorziening kent voor een verkort vonnis met aanvulling. De Hoge Raad vernietigt daarom de uitspraak uitsluitend voor wat betreft de verdragsvermeldingen en wijst het beroep voor het overige af.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de uitspraak vanwege het ontbreken van de juiste verdragsvermeldingen maar wijst het cassatieberoep verder af.