ECLI:NL:HR:2001:ZD2514
Hoge Raad
- Cassatie
- W.E. Haak
- G.J.M. Corstens
- A.M.M. Orie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt beschikking over niet-ontvankelijkheid OM wegens aangifte door civiele rechter
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een beschikking van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarbij de verdachte buiten vervolging werd gesteld. De verdachte was procuratiehouder bij een farmaceutische groothandel die in een civiele procedure een gefingeerde tegenvordering had ingesteld, welke later werd ingetrokken nadat bleek dat de Zwitserse tegenpartij bewijsstukken overlegde die vermoedelijk strafbare feiten van de verdachte en de vennootschap aantoonden.
De civiele rechter bracht deze stukken ter kennis van het Openbaar Ministerie, waarna strafvervolging werd ingesteld. Het hof oordeelde dat de rechter niet vrijstond deze aangifte te doen en stelde de verdachte buiten vervolging wegens schending van het eerlijk proces.
De Hoge Raad oordeelt dat in dit specifieke geval, vanwege de misleiding door de vennootschap en verdachte, de rechter wel bevoegd was om aangifte te doen op grond van art. 161 Sv Pro. Het hof heeft een onjuiste rechtsopvatting gehuldigd door de vervolging te stuiten. Daarom vernietigt de Hoge Raad de beschikking en wijst de zaak terug naar het hof voor verdere behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en wijst de zaak terug naar het hof voor verdere behandeling.