ECLI:NL:HR:2001:ZD2847
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor weigering medewerking ademonderzoek ondanks defect apparaat
Verdachte werd veroordeeld voor het niet meewerken aan een ademonderzoek zoals bedoeld in artikel 163, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994. Na zijn aanhouding in Maastricht bleek het ademanalyseapparaat defect, waarna de politie hem verzocht mee te gaan naar het politiebureau in Valkenburg aan de Geul voor een nieuw onderzoek. Verdachte weigerde dit.
Het hof oordeelde dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan het weigeren van medewerking en legde een voorwaardelijke gevangenisstraf en geldboete op, met ontzegging van de rijbevoegdheid. Verdachte stelde in cassatie dat hij niet verplicht was mee te werken aan het onderzoek op een ander bureau, omdat hij al bereid was geweest mee te werken in Maastricht.
De Hoge Raad verwierp dit verweer en stelde dat bij een defect apparaat in het eerste bureau de verdachte verplicht is mee te werken aan het onderzoek met een apparaat in de nabije omgeving. Het hof had dit terecht zo beoordeeld. Ook de aangeboden bloedproef in Maastricht leidde niet tot een ander oordeel. Het cassatieberoep werd verworpen en de veroordeling bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte wegens weigering medewerking ademonderzoek en wijst het cassatieberoep af.