ECLI:NL:HR:2001:ZD2881

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 juli 2001
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
00372/01 U
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • W.J.M. Davids
  • G.J.M. Corstens
  • B.C. de Savornin Lohman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 437 SvArt. 31 lid 4 Uitleveringswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring in cassatie tegen uitleveringsuitspraak

De zaak betreft een cassatieberoep van een opgeëiste persoon tegen een uitleveringsuitspraak van de Arrondissementsrechtbank te Haarlem. De rechtbank had de uitlevering aan België toelaatbaar verklaard voor strafvervolging.

De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het cassatieberoep en stelde vast dat alleen middelen van cassatie conform art. 437 Sv Pro in aanmerking komen. De ingediende schriftuur voldeed niet aan de vereisten van een stellige en duidelijke klacht over rechtsregel- of vormverzuim.

Daarnaast was de schriftuur niet binnen de wettelijk gestelde termijn door een advocaat ingediend, zoals vereist op grond van art. 31, vierde lid, Uitleveringswet. Hierdoor kon de opgeëiste persoon niet in het beroep worden ontvangen.

De Hoge Raad verklaarde het beroep daarom niet-ontvankelijk en bevestigde daarmee de uitleveringsuitspraak van de rechtbank.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de opgeëiste persoon niet-ontvankelijk in het cassatieberoep wegens niet tijdig indienen van een schriftuur met middelen van cassatie.

Uitspraak

10 juli 2001
Strafkamer
nr. 00372/01 U
SO/IK
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Arrondissementsrechtbank te Haarlem van 8 februari 2001, parketnummer 15/700058-00, op een verzoek van het Koninkrijk België tot uitlevering van:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] (België) op [geboortedatum] 1965, ten tijde van de bestreden uitspraak uit anderen hoofde gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Haarlem" te Haarlem.
1. De bestreden uitspraak
De Rechtbank heeft de gevraagde uitlevering van Kerckhof aan het Koninkrijk België toelaatbaar verklaard ter strafvervolging van Kerckhof ter zake van de in de bestreden uitspraak omschreven feiten.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft mr. Ong Sien Hien, advocaat te
Rotterdam een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Jörg heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de opgeëiste persoon in het beroep.
3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.1. Voor onderzoek door de cassatierechter komen alleen in aanmerking middelen van cassatie als bedoeld in art. 437 Sv Pro. Als een zodanig middel kan slechts gelden een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen. De schriftuur voldoet niet aan dit vereiste.
3.2. Nu de opgeëiste persoon niet binnen de door de wet gestelde termijn door een advocaat een schriftuur met middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 31, vierde lid, Uitleveringswet, zodat de opgeëiste persoon in het beroep niet kan worden ontvangen.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de opgeëiste persoon niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.J.M. Davids als voorzitter, en de raadsheren G.J.M. Corstens en B.C. de Savornin Lohman, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 10 juli 2001.