ECLI:NL:HR:2002:AD4932
Hoge Raad
- Cassatie
- G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- J.B. Fleers
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep in bewindzaak wegens beperkte belanghebbendenkring
In deze zaak stond centraal of verweerder als belanghebbende in hoger beroep kon optreden tegen beslissingen van de Kantonrechter inzake machtigingen tot betaling uit onder bewind gestelde goederen van verzoekster. De Kantonrechter had aan de Stichting Centrale Administratie voor Voorzieningen (Stichting CAV), als bewindvoerder, machtiging verleend om kosten van rechtsbijstand aan verweerder te betalen.
Verweerder stelde meerdere verzoeken, waaronder restitutie van gelden en compensatie van onttrekkingen, die door de Kantonrechter deels werden afgewezen. Verweerder ging in hoger beroep bij de Rechtbank, die de beslissingen deels vernietigde en de Stichting CAV een hogere machtiging tot betaling gaf, maar verweerder verder niet-ontvankelijk verklaarde.
De Hoge Raad oordeelde dat op grond van de wettelijke regeling rond bewind (art. 1:438 en Pro 1:441 BW) en de procesregels (art. 798 Rv Pro) alleen de bewindvoerder en de rechthebbende betrokken zijn bij machtigingsprocedures. De uitbreiding van de kring van belanghebbenden zoals door de Rechtbank aangenomen, is niet in overeenstemming met de aard van de procedure. Daarom verklaarde de Hoge Raad verweerder niet-ontvankelijk in het hoger beroep en vernietigde de beslissingen van de Rechtbank.
Uitkomst: Verweerder wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen beslissingen over machtiging tot betaling uit onder bewind gestelde goederen.