ECLI:NL:HR:2002:AD5354
Hoge Raad
- Cassatie
- G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp
- R. Herrmann
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Beoordeling uitputting merkenrecht bij parallelimport van Dior Fahrenheit-producten binnen EER
Dior, merkhouder van Fahrenheit-producten, vorderde in kort geding dat Etos werd verboden producten te verhandelen die niet met toestemming van Dior binnen de Europese Economische Ruimte (EER) op de markt waren gebracht. Etos voerde aan dat zij de producten van binnen de EER gevestigde leveranciers had betrokken en dat Dior misbruik maakte van haar merkrechten door marktverdeling binnen de EER.
De rechtbank wees de vordering af, maar het hof vernietigde dit en gaf Dior grotendeels gelijk, oordelend dat het merkenrecht niet was uitgeput door de eerste verkoop buiten de EER. Het hof vond niet aannemelijk dat Dior toestemming had gegeven voor de verdere verhandeling binnen de EER.
Etos stelde dat Dior impliciete toestemming had gegeven en dat het gebruik van merkrechten tot kunstmatige marktverdeling binnen de EER leidde, maar de Hoge Raad verwierp deze klachten. Het arrest van het Hof werd bevestigd, waarbij werd aangesloten bij het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschap dat toestemming niet snel impliciet wordt aangenomen.
De Hoge Raad veroordeelde Etos in de kosten en bevestigde dat Dior zich kan verzetten tegen parallelimport van producten die buiten de EER met toestemming zijn gebracht, zolang niet is aangetoond dat toestemming voor invoer in de EER is gegeven.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat Dior zich kan verzetten tegen parallelimport van Fahrenheit-producten zonder toestemming binnen de EER.