ECLI:NL:HR:2002:AD5830

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 januari 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R01/080HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • P. Neleman
  • J.B. Fleers
  • A.G. Pos
  • A. Hammerstein
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot herstel in ouderlijk gezag en omgangsregeling afgewezen door Hoge Raad

De vader heeft bij de Rechtbank Rotterdam verzocht om herstel in het ouderlijk gezag over zijn twee minderjarige kinderen, geboren in 1992, en om vaststelling van een omgangsregeling. De Rechtbank verklaarde hem niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot herstel van het gezag en hield de zaak verder aan. De vader ging in hoger beroep bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage, dat hem niet-ontvankelijk verklaarde ten aanzien van de omgangsregeling, maar hem alsnog ontvankelijk verklaarde in het verzoek tot herstel van het gezag en dit verzoek afwees.

De vader stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen deze beschikking. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van het cassatieberoep falen en verwierp het beroep. De beschikking werd gegeven door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken.

Hiermee blijft de afwijzing van het verzoek tot herstel in het ouderlijk gezag en de omgangsregeling in stand, waarmee de juridische positie van de vader ten aanzien van zijn kinderen onveranderd blijft.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt de afwijzing van het verzoek tot herstel in het ouderlijk gezag en de omgangsregeling.

Uitspraak

11 januari 2002
Eerste Kamer
Rek.nr. R01/080HR
SB
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vader], wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. J.W. Wladimiroff-Nater,
t e g e n
1. DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING TE ROTTERDAM, gevestigd te Rotterdam,
niet verschenen,
2. DE STICHTING JEUGDBESCHERMING TE ROTTERDAM, gevestigd te Rotterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand,
3. [Betrokkene A en B], wonende te [woonplaats],
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 21 juli 1999 ter griffie van de Rechtbank te Rotterdam ingediend verzoekschrift heeft verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de vader - zich gewend tot die Rechtbank en verzocht te bepalen:
I dat hij hersteld zal worden in het gezag over de minderjarigen:
1. [kind 1], geboren op 28 januari 1992 te [geboorteplaats],
2. [kind 2], geboren op 28 januari 1992 te [geboorteplaats];
II dat tussen hem en voornoemde minderjarigen een omgangsregeling wordt vastgesteld gedurende een weekeinde per twee weken van vrijdag 17.00 uur tot zondagavond 20.00 uur.
Ter terechtzitting van 26 augustus 1999 is het verzoek behandeld en heeft verweerster in cassatie sub 2 - verder te noemen: Jeugdbescherming - het verzoek bestreden.
De Rechtbank heeft bij beschikking van 9 september 1999 de vader niet-ontvankelijk verklaard in zijn primaire verzoek tot herstel van hem in het ouderlijk gezag over voornoemde minderjarigen, en de behandeling van de zaak voor het overige aangehouden.
Tegen deze beschikking heeft de vader hoger beroep inge-steld bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage.
Het Hof heeft bij beschikking van 18 april 2001:
de vader niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep ten aanzien van de omgangsregeling,
de beschikking van de Rechtbank te Rotterdam van 9 september 1999 vernietigd voorzover daarbij de vader niet-ontvankelijk is verklaard in zijn verzoek tot herstel in het gezag,
en in zoverre opnieuw beschikkende,
de vader alsnog ontvankelijk verklaard in dit verzoek en het verzoek van de vader tot herstel in het gezag over de minderjarigen afgewezen.
De beschikking van het Hof is aan deze beschikking ge-hecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het Hof heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
Jeugdbescherming heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal in buitengewone dienst J.K. Moltmaker strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De middelen falen op de gronden vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal Moltmaker.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president P. Neleman als voorzitter en de raadsheren J.B. Fleers, en A.G. Pos, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 11 januari 2002.