ECLI:NL:HR:2002:AD6226
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart verdachte niet-ontvankelijk in cassatieberoep en verwerpt beroep
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin hij deels werd vrijgesproken en deels veroordeeld voor poging tot doodslag en ontucht met een minderjarige. Het hof had het onderzoek meerdere keren geschorst en opnieuw aangevangen vanwege gewijzigde samenstellingen en nader onderzoek.
De Hoge Raad oordeelt dat verdachte niet ontvankelijk is in zijn cassatieberoep voor zover het gericht is tegen beslissingen genomen tijdens de terechtzittingen van 3 februari 2000 en 23 mei 2000, omdat het onderzoek op die momenten nog niet definitief was. Voor het overige wordt het beroep verworpen omdat de klachten geen aanleiding geven tot cassatie.
De Hoge Raad bevestigt daarmee het arrest van het hof waarin verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar en zes maanden en ter beschikkingstelling met bevel tot verpleging. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren op 29 januari 2002.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in cassatieberoep voor bepaalde beslissingen en het beroep wordt voor het overige verworpen.