ECLI:NL:HR:2002:AD7006
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Vermindering geldboete wegens overschrijding redelijke termijn in belastingzaak
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem waarin de verdachte, een rechtspersoon, werd veroordeeld voor het opzettelijk onjuist doen van belastingaangifte en het gebruik van een vals geschrift. Het hof legde een geldboete van vijf miljoen gulden op. De verdachte stelde onder meer dat de straf te hoog was en dat sprake was van dubbele bestraffing.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof bij de strafoplegging rekening had gehouden met de straf die was opgelegd aan de directeur en enig aandeelhouder van de vennootschap, zodat geen sprake was van dubbele bestraffing. Wel stelde de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn voor de berechting was overschreden, mede door de lange onderzoeksperiode in Zwitserland.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest uitsluitend voor wat betreft de hoogte van de geldboete en mat deze terug tot € 2.225.000. Het beroep werd voor het overige verworpen. De uitspraak benadrukt het belang van een redelijke termijn in strafzaken en de noodzaak om deze in de strafmaat te compenseren.
Uitkomst: De geldboete wordt verminderd tot € 2.225.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn.