ECLI:NL:HR:2002:AD7318
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- C.H.M. Jansen
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitleg en afwijzing van wijzigingsvorderingen overeenkomst 20 december 1991
In deze zaak staat de uitleg en de gevolgen van een overeenkomst van 20 december 1991 centraal, waarbij verweersters primair vorderden dat bepaalde artikelen van de overeenkomst werden ontbonden en gewijzigd wegens dwaling, met betaling van schadevergoedingen. Eiser stelde zich hiertegen en vorderde in reconventie betaling van tantièmes en schadevergoeding wegens aantasting van zijn naam.
De rechtbank wees de vorderingen in conventie af en veroordeelde verweersters tot betaling van een bedrag aan eiser. Het hof bevestigde dit vonnis, waarbij het hof ook oordeelde dat overeenstemming over de essentialia van een overnameproject pas na de contractueel bepaalde datum was bereikt, waardoor de vorderingen van verweersters niet toewijsbaar waren.
In cassatie richtte eiser zich tegen de bewijsopdracht en de uitleg van het hof over de vereiste overeenstemming, maar de Hoge Raad oordeelde dat het hof een aan de feitenrechter voorbehouden uitleg had gegeven die niet onbegrijpelijk was. Ook de stelling dat verweersters onvoldoende inspanningen hadden geleverd om de uiterste datum te halen, werd verworpen omdat deze niet in hoger beroep was bestreden.
De Hoge Raad verwerpt zowel het principale als het incidentele cassatieberoep en bevestigt het oordeel van het hof, waarbij partijen in de kosten van het geding worden veroordeeld. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 8 februari 2002.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en het incidenteel cassatieberoep en bekrachtigt het hofarrest.