ECLI:NL:HR:2002:AD7355
Hoge Raad
- Cassatie
- C.H.M. Jansen
- J.B. Fleers
- A.G. Pos
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid in cassatie bij bewijslevering notaris in zorgplichtzaak
In deze zaak vorderden partijen schadevergoeding van een notaris wegens schending van diens zorgplicht. De rechtbank wees de vorderingen af, waarna hoger beroep werd ingesteld. Het hof stond bewijslevering toe aan de notaris en oordeelde dat de notaris in verschillende opzichten tekort was geschoten, maar liet hem tegenbewijs leveren.
Beide partijen stelden cassatieberoep in tegen de tussenarresten van het hof. De notaris trok zijn principaal cassatieberoep in, waardoor hij niet-ontvankelijk werd verklaard. Het incidenteel cassatieberoep van de wederpartij werd eveneens niet-ontvankelijk verklaard omdat het hof nog geen oordeel had gegeven over de relevantie van het verweer van de notaris.
De Hoge Raad veroordeelde beide partijen in de kosten van het cassatieproces en verwees het geding terug naar het hof voor verdere behandeling en beslissing. Hiermee bevestigde de Hoge Raad het procesrechtelijke uitgangspunt dat bewijslevering en beoordeling van verweren in eerste instantie aan de feitenrechter toekomt.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart beide partijen niet-ontvankelijk in hun cassatieberoepen en verwijst de zaak terug naar het hof.