ECLI:NL:HR:2002:AD7364
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- H.A.M. Aaftink
- D.H. Beukenhorst
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in civiele vordering tot betaling en immateriële schadevergoeding
Eiser heeft verweerder gedagvaard voor de Rechtbank te Breda met een vordering tot betaling van een geldbedrag en een immateriële schadevergoeding. De Rechtbank heeft eiser opgedragen bewijs te leveren omtrent een schikkingsvoorstel van een derde partij en het advies van verweerder om dit aanbod niet te aanvaarden.
Eiser stelde hoger beroep in tegen een tussenvonnis, maar het Gerechtshof verklaarde hem niet-ontvankelijk en verwees de zaak terug naar de Rechtbank. Hiertegen stelde eiser beroep in cassatie bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en verwerpt het beroep zonder nadere motivering. Eiser wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, die aan de zijde van verweerder op nihil worden begroot.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en hij wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.