ECLI:NL:HR:2002:AD7800

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 februari 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
00325/01
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Nietig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • W.J.M. Davids
  • A.J.A. van Dorst
  • B.C. de Savornin Lohmann
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.8a APV AmsterdamArt. 588, derde lid, SvArt. 413, eerste lid, SvArt. 425 (oud) SvArt. 426a, eerste lid, (oud) Sv
Verwijzingen
2 uitgaand · 13 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt verstekvonnis wegens schending behoorlijke procesorde en wijst zaak terug

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een vonnis van de Rechtbank Amsterdam, waarin verdachte bij verstek werd veroordeeld voor overtreding van een gemeentelijke verordening. De Hoge Raad constateert dat de dagvaarding niet tijdig was betekend, waardoor de verdachte niet de wettelijk voorgeschreven termijn had om zich voor te bereiden.

Omdat de verdachte niet was verschenen en verstek tegen hem was verleend, had de rechtbank het onderzoek moeten schorsen. De rechtbank vervolgde echter het onderzoek en deed uitspraak, wat volgens de Hoge Raad in strijd is met een behoorlijke procesorde.

Hierdoor is het onderzoek nietig en dient de bestreden uitspraak te worden vernietigd. De Hoge Raad wijst de zaak terug naar de rechtbank Amsterdam zodat het hoger beroep opnieuw kan worden behandeld en afgedaan.

De uitspraak benadrukt het belang van het respecteren van procesrechtelijke termijnen en het waarborgen van een eerlijk proces, ook in gevallen van verstek.

Uitkomst: Het verstekvonnis wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling in hoger beroep.

Uitspraak

12 februari 2002
Strafkamer
nr. 00325/01
KD/LD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Amsterdam van
14 september 1999 in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964, thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.
1. De bestreden uitspraak
De Rechtbank heeft in hoger beroep - met vernietiging van een bij verstek gewezen vonnis van de Kantonrechter te Amsterdam van 25 november 1998 - de verdachte ter zake van "overtreding van het bepaalde in artikel 2.8a, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordenning 1994 van de gemeente Amsterdam" veroordeeld tot een geldboete van ƒ 150,--, subsidiair 3 dagen hechtenis.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Middelen van cassatie zijn door of namens deze niet voorgesteld.De Advocaat-Generaal Fokkens heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de bestreden uitspraak zal vernietigen en de zaak zal terugwijzen naar de Rechtbank te Amsterdam teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
3. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
3.1. Volgens de akte van uitreiking gehecht aan het dubbel van de dagvaarding van de verdachte om op 14 september 1999 op de terechtzitting van de Rechtbank in hoger beroep terecht te staan, is deze dagvaarding op 7 september 1999 uitgereikt op de wijze als voorgeschreven in art. 588, derde lid onder c, Sv. De in art. 413, eerste lid eerste volzin, Sv, in verband met de art. 425 (oud) en 426a, eerste lid, (oud) Sv, voorgeschreven termijn van tien dagen is dus niet in acht genomen.
3.2. Nu de stukken van het geding niets inhouden waaruit zou kunnen volgen dat de verkorting van de termijn heeft plaatsgevonden met toestemming van de verdachte en blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep de verdachte daar niet is verschenen en verstek tegen hem is verleend, had de Rechtbank het onderzoek ter terechtzitting op grond van art. 413 Sv Pro in samenhang met art. 265, derde lid, Sv, een en ander in verband met de art. 425 (oud) en 426a, eerste lid,(oud) Sv, dienen te schorsen. De Rechtbank heeft het onderzoek ter terechtzitting echter voortgezet nadat verstek tegen de niet verschenen verdachte was verleend.
3.3. Dit verzuim strijdt zozeer met een behoorlijke procesorde dat het nietigheid van het onderzoek en de naar aanleiding daarvan gegeven uitspraak oplevert.
4. Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
Vernietigt de bestreden uitspraak;
Wijst de zaak terug naar de Rechtbank te Amsterdam opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.J.M. Davids als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en B.C. de Savornin Lohmann, in bijzijn van de waarnemend-griffier H.H.A. de Nijs, en uitgesproken op 12 februari 2002.