ECLI:NL:HR:2002:AD7858

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 januari 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
1346
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • E. Korthals Altes
  • L. Monné
  • J.W. van den Berge
  • A. Hammerstein
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 202 LandinrichtingswetArt. 186 LandinrichtingswetArt. 426a lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring beroep in cassatie tegen uitspraak ruilverkavelingsplan

Eiser stelde bezwaar in tegen een strook grond langs een straat in het kader van het ruilverkavelingsplan 'Walcheren'. De Arrondissementsrechtbank te Middelburg verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk en verwierp de overige bezwaren van eiser tegen het plan van toedeling.

Eiser stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal concludeerde tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat tegen het vonnis van de rechtbank geen rechtsmiddel openstaat op grond van artikel 202, aanhef en letter f, in verbinding met artikel 186 van Pro de Landinrichtingswet.

Daarnaast voldeed het verzoekschrift niet aan de vereiste dat het door een advocaat bij de Hoge Raad moet worden ondertekend, zoals bepaald in artikel 426a, lid 1, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Daarom werd het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van rechtsmiddel en advocaatsteken.

Uitspraak

Hoge Raad der Nederlanden
D e r d e K a m e r
Nr. 1346
4 januari 2002
RW
BESCHIKKING
In de zaak van
[eiser]
wonende te [woonplaats]
verzoeker tot cassatie,
tegen
de Landinrichtingscommissie voor de ruilverkaveling "Walcheren".
1. Geding in feitelijke instanties
Bij vonnis van 28 maart 2001 heeft de Arrondissementsrechtbank te Middelburg (hierna: de Rechtbank) het bezwaar van [eiser] met betrekking tot een strook grond langs de [straat] niet-ontvankelijk verklaard en de overige bezwaren van [eiser] tegen het plan van toedeling voor de ruilverkaveling "Walcheren" verworpen. Het vonnis is aan deze beschikking gehecht.
2. Geding in cassatie
Tegen het vonnis van de Rechtbank heeft [eiser] bij verzoekschrift van 14 september 2001, bij de Hoge Raad ingekomen op 18 september 2001, beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal J.W. Ilsink heeft op 31 oktober 2001 geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiser] in zijn beroep in cassatie.
3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
3.1. Ingevolge het bepaalde in artikel 202, aanhef en letter f, van de Landinrichtingswet in verbinding met het bepaalde in artikel 186 van Pro de Landinrichtingswet staat tegen de uitspraak van de arrondissementsrechtbank op bezwaren tegen het plan van toedeling geen rechtsmiddel open.
3.2. Voorts dient ingevolge het bepaalde in artikel 426a, lid 1, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering een verzoekschrift, waarbij een beroep in cassatie wordt aangebracht, te worden getekend door een advocaat bij de Hoge Raad.
3.3. Nu het onderhavige verzoekschrift is gericht tegen een uitspraak van de Rechtbank waartegen geen rechtsmiddel openstaat en het verzoekschrift niet is getekend door een advocaat bij de Hoge Raad, dient het beroep in cassatie niet-ontvankelijk te worden verklaard.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president E. Korthals Altes als voorzitter, en de raadsheren L. Monné en J.W. van den Berge, en door de raadsheer A. Hammerstein uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 januari 2002.