Verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - heeft bij exploit van 26 februari 1997 eiser tot cassatie – verder te noemen: [eiser] – in kort geding gedagvaard voor de President van de Rechtbank te Amsterdam en gevorderd bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
1. primair [eiser] te veroordelen tot betaling van een bedrag van ƒ 163.348,50, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding;
2. subsidiair [eiser] te veroordelen om binnen vijf dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis aan [verweerder] of diens raadsman te doen toekomen overzichten waaruit blijkt:
• welke van de door [verweerder] aan [eiser] toegezonden declaraties wel en welke van deze declaraties niet zijn ingeboekt en doorbelast aan de verzekeraar;
• welke van de bij de verzekeraar door [eiser] ingediende declaraties door de verzekeraar inmiddels zijn voldaan;
• welke van de door [eiser] nog niet bij de verzekeraar ingediende declaraties alsnog bij de verzekeraar zullen worden ingediend (en binnen welke termijn) en welke van deze declaraties door [eiser] op voorhand worden betwist alsmede op welke gronden;
- en [eiser] te veroordelen de nog niet bij de verzekeraar ingediende en door hem niet betwiste declaraties van [verweerder] door te belasten aan de verzekeraar,
- een en ander op straffe van een dwangsom van ƒ 1.000,-- voor iedere dag, gedurende welke [eiser] in gebreke blijft met de volledige nakoming van het te dezen te wijzen vonnis;
3. [eiser] te gebieden binnen vijf dagen na betekening van het te dezen te wijzen vonnis aan de raadsman van [verweerder] over te leggen een lijst van verzekeringsmaatschappijen en expertisebureaus en anderen met adressen en personen te wier attentie het memo is gezonden èn binnen dezelfde termijn het memo te rectificeren en van de rectificatie een afschrift te zenden aan de raadsman van [verweerder] onder mededeling dat aan de op de lijst vermelde verzekeringsmaatschappijen en expertisebureaus en anderen de rectificatie is verzonden. De rectificatie dient in te houden dat het memo ten onrechte vermeldt: "er is niet geschreven met een vork doch met een hark", zulks zonder andere dan zakelijke toevoegingen met toezending van het te dezen te wijzen vonnis. Al deze verplichtingen op straffe van een dwangsom van ƒ 1.000.000,--;
4. [eiser] te veroordelen in de buitengerechtelijke kosten tot heden – exclusief de werkzaamheden verbonden aan het concipiëren van deze dagvaarding – begroot op ƒ 7.739,03.