ECLI:NL:HR:2002:AD8177
Hoge Raad
- Cassatie
- C.H.M. Jansen
- A.G. Pos
- P.C. Kop
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling betaling en afwijzing cassatie in civiele vordering
Verweerder heeft eiser in kort geding gedagvaard en gevorderd tot betaling van een bedrag van ƒ 163.348,50, vermeerderd met rente, en tot het overleggen van diverse overzichten en rectificaties. De President van de Rechtbank Amsterdam heeft eiser veroordeeld tot betaling van ƒ 135.920,53 plus rente en het meer gevorderde afgewezen.
Eiser stelde hoger beroep in bij het Gerechtshof Amsterdam, dat het vonnis bekrachtigde. Vervolgens stelde eiser beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep.
De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie en dat geen nadere motivering nodig is omdat geen rechtsvragen in belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn. Het beroep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en het vonnis en arrest tot betaling worden bekrachtigd.