ECLI:NL:HR:2002:AD8181

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 maart 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C00/191HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • C.H.M. Jansen
  • A.G. Pos
  • P.C. Kop
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing vorderingen in civiele zaak na vernietiging hofarrest

Eiseres vorderde betaling van een aanzienlijk bedrag van verweerders, waaronder een hoofdelijke aansprakelijkheid, welke door de rechtbank deels werd toegewezen. Na hoger beroep vernietigde het hof de vonnissen van de rechtbank en wees de vorderingen van eiseres af. Eiseres stelde daarop beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van eiseres verworpen. De klachten in het cassatiemiddel waren onvoldoende om tot cassatie te leiden en er was geen aanleiding om rechtsvragen te beantwoorden die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Tevens werd eiseres veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

Hiermee blijft het arrest van het hof in stand, waarin de vorderingen van eiseres ten aanzien van verweerder zijn afgewezen. De procedure kenmerkt zich door meerdere processtadia, waaronder tussenvonnissen, enquête, comparitie, en meerdere exploten en pleitnota's met gewijzigde en vermeerderde vorderingen.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de kosten van het geding.

Uitspraak

29 maart 2002
Eerste Kamer
Nr. C00/191HR
SB
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres], gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: voorheen mr. drs. K.M. van Holten, thans mr. E. Grabandt,
t e g e n
1. [Verweerster 1 ], gevestigd te [vestigingsplaats],
2. (de gezamenlijke erven van) [verweerder 2], laatstelijk gewoond hebbende te [woonplaats],
3. [Verweerder 3], wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: mr. J.B.M.M. Wuisman.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - heeft bij exploiten van 27 juli 1993 en 19 augustus 1993 [betrokkene A], wonende te [woonplaats], [...], en verweerders in cassatie - verder gezamenlijk te noemen: [verweerder] - gedagvaard voor de Rechtbank te Roermond en - na vermeerderingen van eis - gevorderd bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad [betrokkene A] en [verweerder] hoofdelijk des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, te veroordelen om aan [eiseres] te betalen het bedrag van ƒ 348.485,63, plus B.T.W., te vermeerderen met de contractuele rente, gelijk aan de wettelijke rente, vanaf de datum van in gebreke zijn, alsmede tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten ad 15 percent, alsmede de kosten van het conservatoir beslag te bepalen.
[Betrokkene A] en [verweerder] hebben de vorderingen bestreden.
De Rechtbank heeft bij tussenvonnis van 14 december 1995 [eiseres] tot bewijslevering toegelaten.
Na enquête en comparitie van partijen heeft [eiseres] wederom zijn eis gewijzigd en vermeerderd met een vordering tot betaling van een totaal bedrag van ƒ 641.488,75, zoals gespecificeerd in de pleitnota ter terechtzitting van 28 mei 1997, te vermeerderen met de daarover verschuldigde omzetbelasting, en 10% aan buitengerechtelijke incassokosten.
De Rechtbank heeft bij eindvonnis van 7 augustus 1997 [betrokkene A] en [verweerder] hoofdelijk veroordeeld om aan [eiseres] te betalen een bedrag van ƒ 618.594,75, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 oktober 1991. Voorts heeft de Rechtbank hen hoofdelijk veroordeeld tot betaling van ƒ 18.570,-- aan buitengerechtelijke kosten en het meer of anders gevorderde afgewezen.
Tegen beide vonnissen heeft alleen [verweerder] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. [Eiseres] heeft een anticipatie-exploit doen uitbrengen en incidenteel hoger beroep ingesteld.
Bij tussenarrest van 26 mei 1998 heeft het Hof in het principaal appel [eiseres] tot bewijslevering toegelaten. Bij eindarrest van 17 april 2000 heeft het Hof in het principaal appel beide vonnissen van de Rechtbank te Roermond vernietigd en, opnieuw rechtdoende, de vorderingen van [eiseres] ten aanzien van [verweerder] afgewezen.
Beide arresten van het Hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen beide arresten van het Hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 4.314,18 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.H.M. Jansen, als voorzitter, A.G. Pos en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door A. Hammerstein op 29 maart 2002.