ECLI:NL:HR:2002:AD8185
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Huurvordering en huurachterstand met boete en rente afgewezen in cassatie
Eisers hebben verweerster gedagvaard voor betaling van huurverhogingen, achterstallige huurpenningen, boete en rente over de periode van mei 1996 tot mei 1999. De Kantonrechter wees de vorderingen in conventie toe en wees de reconventionele vordering af. Verweerster stelde hoger beroep in bij de Rechtbank Breda, die het vonnis van de Kantonrechter vernietigde en verweerster veroordeelde tot betaling van een kleiner bedrag met rente.
Eisers stelden vervolgens cassatieberoep in tegen het vonnis van de Rechtbank. Verweerster was niet verschenen en verstek werd verleend. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en verwierp het beroep van eisers.
De Hoge Raad veroordeelde eisers in de kosten van het geding in cassatie, begroot op nihil aan de zijde van verweerster. Hiermee werd het vonnis van de Rechtbank bevestigd en de vorderingen van eisers afgewezen voor zover hoger beroep en cassatie betroffen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het vonnis van de Rechtbank Breda waarin de vorderingen van eisers grotendeels zijn afgewezen.