ECLI:NL:HR:2002:AD8190
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- H.A.M. Aaftink
- D.H. Beukenhorst
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Vaststelling verschuldigdheid makelaarscourtage bij niet-doorgang transport hotel
Eiser verkocht een hotel op Curaçao aan KVB B.V. met de afspraak dat de transportakte uiterlijk 30 december 1996 zou worden gepasseerd. In de koopovereenkomst was een bepaling opgenomen dat de verkoper een makelaarscourtage van 75.000 gulden verschuldigd was, betaalbaar op de datum van transport.
Het transport heeft echter nooit plaatsgevonden. New House, de makelaar, vorderde betaling van de courtage met het argument dat de niet-levering aan eiser te wijten was. Eiser bestreed dit en vorderde op zijn beurt schadevergoeding wegens wanprestatie of onrechtmatige daad.
De rechtbank en het hof oordeelden dat eiser in gebreke was en veroordeelden hem tot betaling van de courtage. De Hoge Raad vernietigde dit oordeel omdat het hof de verschuldigdheid en opeisbaarheid van de courtage door elkaar haalde en buiten de grenzen van de rechtsstrijd trad door de courtage als onvoorwaardelijk verschuldigd te beschouwen zonder te onderzoeken of de niet-doorgang van het transport aan eiser was toe te rekenen.
Uitkomst: Het arrest vernietigt het vonnis en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling omdat de verschuldigdheid van de courtage onvoldoende is onderzocht.