ECLI:NL:HR:2002:AD8475
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van aanslag inkomstenbelasting na onjuiste informatie over softdrugsomzet
Belanghebbende exploiteerde in 1995 een coffeeshop waar onder andere softdrugs werden verkocht. Bij de aangifte inkomstenbelasting gaf hij slechts een provisie op als opbrengst uit softdrugs aan, terwijl de Inspecteur een hogere omzet vermoedde. Na bezwaar en beroep bevestigde het Hof de aanslag waarbij het belastbaar inkomen werd vastgesteld op f 123.500.
De Inspecteur had belanghebbende herhaaldelijk gevraagd om de identiteit van de leverancier van de softdrugs te verstrekken, maar belanghebbende kon of wilde deze niet geven. Het Hof oordeelde dat belanghebbende op eigen naam en rekening handelde en dat hij onjuiste informatie had verstrekt, waarmee hij niet voldeed aan zijn informatieplicht volgens artikel 47 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
De Hoge Raad overwoog dat het opzettelijk verstrekken van onjuiste inlichtingen gelijkstaat aan het weigeren van informatie en dat de sanctie van artikel 29 Awir Pro niet kan worden ontlopen door pas in beroep de juiste gegevens te verstrekken. Ook het verweer dat de informatie niet hoefde te worden gegeven om niet mee te werken aan eigen veroordeling faalde, omdat het hier niet om strafrechtelijke vervolging ging.
De schatting van de Inspecteur werd door het Hof als niet willekeurig beoordeeld en dit oordeel kon in cassatie niet worden getoetst. De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en legde geen proceskostenveroordeling op.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de aanslag inkomstenbelasting over 1995.