ECLI:NL:HR:2002:AD8776
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over waardering goodwill en stakingswinst in inkomstenbelasting 1994
Belanghebbende had voor 1994 een aanslag inkomstenbelasting ontvangen op basis van een belastbaar inkomen van ruim een miljoen gulden. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag. Het Hof verklaarde het beroep gedeeltelijk gegrond en stelde de aanslag bij op een lager belastbaar inkomen, waarbij het Hof de goodwill van de onderneming waardeerde op f 840.000.
Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het oordeel van het Hof, met name over de waardering van de goodwill en de fiscale behandeling van de stakingswinst. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het bewijsaanbod van belanghebbende was gepasseerd en dat de motivering omtrent de kapitalisatiefactor en exploitatieperiode onduidelijk was.
Verder verwierp de Hoge Raad het standpunt dat stakingswinst in het jaar van aanvang van de voorperiode moest worden genomen, bevestigde dat de waarde van goodwill moest worden bepaald op het moment van inbreng en dat ontwikkelingen in de voorperiode voor rekening van de BV kwamen.
De Hoge Raad verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het arrest van het Hof, en verwees de zaak naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest Hof over waardering goodwill en stakingswinst en verwijst zaak terug voor herbeoordeling.