ECLI:NL:HR:2002:AD8801
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- A.J.A. van Dorst
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen valsheid in geschrift en voordeel trekken uit misdrijf
De verdachte werd door het gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld wegens medeplegen van valsheid in geschrift met betrekking tot een rechtsmatigheidsonderzoekformulier Algemene Bijstandswet (ABW) over september 1994. Tevens werd hij veroordeeld voor het meermalen opzettelijk voordeel trekken uit de uitkering die aan zijn echtgenote werd verstrekt op grond van valselijk ingevulde formulieren.
In cassatie betoogde de verdachte dat hij niet veroordeeld mocht worden voor het voordeel trekken uit een misdrijf dat hij zelf medepleegde. De Hoge Raad oordeelde dat artikel 416 Sr Pro niet vereist dat het misdrijf door een ander is gepleegd om strafbaar te zijn voor het voordeel trekken, maar dat deze bepaling niet ziet op het geval dat iemand voordeel trekt uit een misdrijf dat hij zelf pleegde.
De Hoge Raad stelde vast dat het hof terecht heeft geoordeeld dat het voordeel niet afkomstig was uit het specifieke misdrijf van valsheid in geschrift waarvoor hij werd veroordeeld, maar uit een langere periode van valselijk ingevulde formulieren door zijn echtgenote. De overige middelen faalden en het beroep werd verworpen. De opgelegde straf was zes weken gevangenisstraf.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte tot zes weken gevangenisstraf voor medeplegen van valsheid in geschrift en het opzettelijk voordeel trekken uit een misdrijf.