ECLI:NL:HR:2002:AD8829

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 februari 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
37204
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • F.W.G.M. van Brunschot
  • D.G. van Vliet
  • P. Lourens
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 20i lid 1 Wet op de inkomstenbelasting 1964Art. 101a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt vaststelling verkrijgingsprijs aanmerkelijk belang aandelen

Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de door de Inspecteur vastgestelde verkrijgingsprijs van f 578.000 voor aandelen met een aanmerkelijk belang. Na handhaving van deze beschikking door de Inspecteur, heeft belanghebbende beroep ingesteld bij het Hof, dat het beroep ongegrond verklaarde.

Belanghebbende stelde vervolgens drie middelen in cassatie bij de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelt dat deze middelen niet leiden tot cassatie en dat geen nadere motivering noodzakelijk is, omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn.

De Hoge Raad wijst het beroep af en ziet geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten. Hiermee blijft de vaststelling van de verkrijgingsprijs ongewijzigd en wordt de uitspraak van het Hof bekrachtigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de vaststelling van de verkrijgingsprijs blijft gehandhaafd.

Uitspraak

Nr. 37.204
1 februari 2002
JV
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden van 4 mei 2001, nr. 99/30089, betreffende na te melden beschikking in de zin van artikel 20i, lid 1, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
1. Beschikking, bezwaar en geding voor het Hof
Bij beschikking van 7 juni 1999 heeft de Inspecteur de verkrijgingsprijs van door belanghebbende gehouden aandelen welke tot een aanmerkelijk belang behoren, vastgesteld op f 578.000, welke beschikking, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft het beroep ongegrond verklaard.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij drie middelen voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
3. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer F.W.G.M. van Brunschot als voorzitter, en de raadsheren D.G. van Vliet en P. Lourens, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.M. van Hooff, en in het openbaar uitgesproken op 1 februari 2002.