ECLI:NL:HR:2002:AD8829
Hoge Raad
- Cassatie
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vaststelling verkrijgingsprijs aanmerkelijk belang aandelen
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de door de Inspecteur vastgestelde verkrijgingsprijs van f 578.000 voor aandelen met een aanmerkelijk belang. Na handhaving van deze beschikking door de Inspecteur, heeft belanghebbende beroep ingesteld bij het Hof, dat het beroep ongegrond verklaarde.
Belanghebbende stelde vervolgens drie middelen in cassatie bij de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelt dat deze middelen niet leiden tot cassatie en dat geen nadere motivering noodzakelijk is, omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn.
De Hoge Raad wijst het beroep af en ziet geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten. Hiermee blijft de vaststelling van de verkrijgingsprijs ongewijzigd en wordt de uitspraak van het Hof bekrachtigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de vaststelling van de verkrijgingsprijs blijft gehandhaafd.