ECLI:NL:HR:2002:AD8883

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 maart 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
00474/01
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 107 Wegenverkeerswet 1994Art. 359 SvArt. 378 SvArt. 426d SvWet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake overtredingen Wegenverkeerswet en verzekeringsplicht motorrijtuigen

De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte die door de Politierechter te Breda is veroordeeld voor twee feiten: overtreding van artikel 107, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994 en het rijden zonder een geldige verzekering voor het motorrijtuig zoals vereist door de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen.

De Politierechter legde voor het eerste feit een geldboete van 200 gulden op, subsidiair vier dagen hechtenis, en voor het tweede feit een geldboete van 500 gulden, subsidiair tien dagen hechtenis. Het cassatieberoep werd ingesteld door de verdachte, maar er zijn geen middelen van cassatie door of namens hem voorgesteld.

De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft ambtshalve de bestreden uitspraak beoordeeld en geen gronden gevonden voor vernietiging. Daarom is het cassatieberoep verworpen en blijft het vonnis van de Politierechter in stand.

Het arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens en J.P. Balkema, waarbij Van Buchem-Spapens buiten staat was het arrest te ondertekenen.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordelingen blijven in stand.

Uitspraak

5 maart 2002
Strafkamer
nr. 00474/01
SO/SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Breda van 27 mei 1999, nummer 02/005435-97, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] (Algerije) op [geboortedatum] 1947, wonende te [woonplaats].
1. De bestreden uitspraak
De Politierechter heeft de verdachte - voorzover in cassatie van belang - ter zake van 3. "overtreding van artikel 107, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994" en 4. "als bestuurder van een motorrijtuig daarmede op een weg rijden zonder dat er voor dat motorrijtuig een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheids- verzekering motorrijtuigen is gesloten en in stand gehouden" veroordeeld ten aanzien van feit 3 tot een geldboete van ƒ 200,--, subsidiair vier dagen hechtenis en ten aanzien van feit 4 tot een geldboete van ƒ 500,--, subsidiair tien dagen hechtenis.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Middelen van cassatie zijn door of namens deze niet voorgesteld.
De Advocaat-Generaal Wortel heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
3. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
De Hoge Raad oordeelt geen grond aanwezig waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd. Daarom moet het cassatieberoep worden verworpen.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens en J.P. Balkema, in bijzijn van de waarnemend-griffier I.W.P. Verboon, en uitgesproken op 5 maart 2002.
Mr. Van Buchem-Spapens is buiten staat dit arrest te ondertekenen.