ECLI:NL:HR:2002:AD8886
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- G.J.M. Corstens
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A.J.A. van Dorst
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens valselijk opmaken van inkomstenverklaringen ondanks onrechtmatige huiszoeking
De verdachte werd veroordeeld voor het valselijk opmaken van inkomstenverklaringen aan de Gemeentelijke Sociale Dienst, waarbij geen opgave werd gedaan van ontvangen kostgeld en inkomsten uit drugshandel over diverse perioden tussen 1992 en 1996. De verdediging stelde dat het bewijs onrechtmatig was verkregen door een onrechtmatige huiszoeking in de woning van de verdachte op 27 augustus 1996.
Het Hof verwierp dit verweer omdat het bewijs voor de uitkeringsfraude niet uitsluitend was verkregen door de onrechtmatige huiszoeking. De verdenking bestond reeds vóór de huiszoeking en het bewijs was ook gebaseerd op eerdere veroordelingen van de echtgenoot van de verdachte wegens drugshandel. De Hoge Raad bevestigde deze feiten en oordeelde dat het verweer van de verdachte onvoldoende was om het bewijs uit te sluiten.
De Hoge Raad vernietigde de bestreden uitspraak alleen voor wat betreft het aantal uren onbetaalde arbeid ten algemenen nutte, dat werd verminderd tot 81 uren. Verder werd het beroep verworpen. Tevens werd een strafvermindering toegepast vanwege overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in het EVRM.
Uitkomst: Veroordeling voor valselijk opmaken van inkomstenverklaringen met vermindering van onbetaalde arbeid tot 81 uren wegens termijnoverschrijding.